Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2005

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS9222.

16. Het voorgaande brengt met zich mee dat de vraag naar de verbindendheid van de verordening waarop de B&W-besluiten zijn gebaseerd aan de orde komt bij de vraag naar de strafbaarheid van het feit en niet reeds bij de vraag naar de bewezenverklaring zoals in HR NJ 2003, 80. Dit doet uiteindelijk evenwel niet af aan de beantwoording van de vraag die zich vervolgens aandient, te weten of de strafrechter bij de beoordeling van de geldigheid van de APV en de daarop berustende getrapte verblijfsontzegging (de Raad verleende B&W de bevoegdheid in het algemeen ontzeggingsgebieden te bepalen en voor het concrete geval een bepaald persoon aan te wijzen) is gebonden aan het oordeel van de bestuursrechter daaromtrent. In de toelichting op het middel wordt deze vraag bevestigend beantwoord met een beroep op HR 26 november 2002, NJ 2003, 81 m.nt. YB onder HR NJ 2003, 80. Daarin overwoog de Hoge Raad onder meer het volgende (rov. 3.5):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9764844fad22fa61950439938d285e9afeb4ff7275e7d10672e1955fd97da52e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9764844fad22fa61950439938d285e9afeb4ff7275e7d10672e1955fd97da52e, en de alinea staat in dat document op bytes 20300 tot 21257.