Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS9228.

23. Het is evenwel de vraag of de gegrondheid van de klacht tot vernietiging van de bestreden uitspraak dient te leiden nu het is gericht tegen een overweging ten overvloede. Als de overige overwegingen de verwerping van een verweer afdoende dragen, doet een foute overweging daaraan niet af (cf. Van Dorst, Cassatie in strafzaken, 5e, p. 86). Het ligt naar mijn mening anders indien uit een overweging ten overvloede blijkt van een opvatting van de feitenrechter over de feitelijke toedracht van de zaak die zich niet met de bewijsmiddelen laat verenigen; althans indien daaruit blijkt dat de feitenrechter zelf daaromtrent geen duidelijk beeld heeft (vgl. HR 12 januari 1965, NJ 1965, 191). We zullen hier evenwel moeten onderscheiden tussen een overweging ten overvloede in een bewijsoverweging enerzijds, en in de motivering van de verwerping van een beroep op een strafuitsluitingsgrond anderzijds. In het geval van een bewijsoverweging lijkt mij een met de bewijsmiddelen strijdige overweging ten overvloede zonder meer fataal. Een bewijsoverweging ten overvloede waaruit blijkt van een onhelder beeld van de feitelijke toedracht bij de feitenrechter kan onder omstandigheid een voor een bewezenverklaring ontoelaatbare twijfel openbaren, maar of dat fataal is zal afhangen van het onderwerp van de twijfel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b3a2bd08584a811c1bed8b94cd81d9a2c2ffd3926901e2108ac10dc3ab6bcdf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b3a2bd08584a811c1bed8b94cd81d9a2c2ffd3926901e2108ac10dc3ab6bcdf, en de alinea staat in dat document op bytes 27902 tot 29228.