Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS9228.

24. Dan de overweging ten overvloede bij het verwerpen van een beroep op een strafuitsluitingsgrond, die strijdig is met de bewijsmiddelen. Dat lijkt mij ook fataal. Weliswaar heeft zo'n overweging geen rechtstreekse invloed op de bewezenverklaring, maar een feitenrechter die zelf van de door hem gebezigde bewijsmiddelen afwijkt, lijkt mij op zijn minst tegenstrijdig bezig. Een strafbaarheidsoverweging ten overvloede, waaruit een onhelder beeld over de feitelijke toedracht te voorschijn komt zonder in strijd met de bewijsmiddelen te komen is daarentegen niet fataal. Dat komt omdat voor het verwerpen van een beroep op een strafuitsluitingsgrond voldoende is indien de beweerde toedracht niet aannemelijk is geworden (Corstens, handboek, 4e, p. 679). Een meer dan marginale twijfel zal hier - anders dan bij een bewezenverklaring - wel mogen (blijven) bestaan, waaronder: dat de beweerde toedracht die aan het verweer ten grondslag is gelegd niet geheel duidelijk is geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b3a2bd08584a811c1bed8b94cd81d9a2c2ffd3926901e2108ac10dc3ab6bcdf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b3a2bd08584a811c1bed8b94cd81d9a2c2ffd3926901e2108ac10dc3ab6bcdf, en de alinea staat in dat document op bytes 29248 tot 30243.