Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS9228.

28. Uw Raad heeft inmiddels de gelegenheid aangegrepen om zich wel over deze rechtsvraag principieel uit te spreken: de omstandigheid dat een verdachte de hem tenlastegelegde gedraging ontkent, behoeft niet zonder aan het slagen van een subsidiair gedaan beroep op noodweer(exces) in de weg te staan (HR 10 februari 2004, NJ 2004, 286 rov. 3.4, m.nt. YB; recentelijk herhaald in HR 25 januari 2005, LJN AR7175). Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen het ontkennen van de gedraging en het ontkennen van opzet. In zoverre wijkt deze rechtspraak af van de Anglo-Amerikaanse, waar als eis voor `affirmative defences' zoals selfdefence geldt dat de verdachte de feitelijke gedraging moet erkennen (W.R. LaFave & A.W. Scott, Substantive criminal law, vol. 1, St. Paul: West Publishing Co. 1986, blz. 71); en ook van de Duitse: de aangevallene moet met verdedigingswil tegen de aanval als zodanig en tegen de wederrechtelijkheid hiervan handelen (Tröndle/Fischer, Beck'sche Kurz-Kommentare, Munchen: C.H. Beck, 2004, aant. 14a op § 32). Daarbij zou ik bovendien nog willen opmerken - tegenover het onverenigbaarheidsverwijt dat het hof formuleerde - dat de afweer in iemands reactie zó centraal kan staan, dat het gevaar dat daarin besloten ligt bij de dader het verschil tussen opzet en `per ongeluk' kan uitmaken. Waarom zou iemand bij zijn opzettelijke noodweerhandeling niet per ongeluk een veel te gevaarlijk verdedigingsmiddel kunnen hanteren? In zoverre is er enige gelijkenis met HR 25 maart 2003, NJ 2003, 556 waar de verdachte de inhoud van een glas bier over een achter haar staande, vervelend doende, man wilde gooien maar hem daarbij met het glas raakte en verwondde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b3a2bd08584a811c1bed8b94cd81d9a2c2ffd3926901e2108ac10dc3ab6bcdf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b3a2bd08584a811c1bed8b94cd81d9a2c2ffd3926901e2108ac10dc3ab6bcdf, en de alinea staat in dat document op bytes 32156 tot 33858.