Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS9237.
5.2 "Naar het oordeel van het hof houdt het met eenparigheid van stemmen bewezen verklaarde feitelijke handelen van de verdachte, waarbij de aangevers telkens bewogen zijn tot het doen van overboekingen van giraal geld op de rekening van verdachte, telkens in het bewegen van de aangevers tot afgifte van enig goed. In het maatschappelijk verkeer is thans immers algemeen aanvaard dat girale betaling als een normale wijze van voldoening van een geldsom moet worden beschouwd. In verband met die maatschappelijke opvatting - waarvan ten tijde van het tot stand komen van art. 326 Sr uiteraard geen sprake kon zijn - en nu bovendien niet aannemelijk is dat de wetgever wat betreft de strafbaarheid onderscheid zou hebben willen maken tussen afgifte van enig goed en girale betaling zoals in het onderhavige geval, moet worden geoordeeld dat te dezen art. 326 Sr van toepassing is".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c56a3205c365ddbe79f2681a17f7420e3b3c03e2c68be93b52cc9f43fcda8d44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c56a3205c365ddbe79f2681a17f7420e3b3c03e2c68be93b52cc9f43fcda8d44, en de alinea staat in dat document op bytes 15665 tot 16558.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c56a3205c365ddbe79f2681a17f7420e3b3c03e2c68be93b52cc9f43fcda8d44 | shasum -a 256