Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS9237.
20. Ik meen dat die vraag ontkennend moet worden beantwoord. Zoals hierboven kort uiteen is gezet, heeft verdachte de gestolen pas met pincode overhandigd gekregen om daarmee te gaan betalen bij het tanken van benzine. Als niet bewezen is dat verdachte toen heeft begrepen dat er minst genomen een aanmerkelijke kans bestond dat het hier om een gestolen pas ging (ik merk op dat gelet op de gang van zaken, onder meer zijn opmerking over het proberen van de pas, het niet onbegrijpelijk zou zijn geweest als het Hof opzetheling had aangenomen), is het zonder nadere motivering niet begrijpelijk hoe het Hof tot de conclusie is gekomen dat verdachte bij de direct daarop volgende betaling met behulp van die pas heeft gehandeld met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Dit laatste impliceert immers dat verdachte zich ervan bewust was dat ( de aanmerkelijke kans bestond dat) de rechthebbende niet instemde met het gebruik van de pas door verdachtes mededader die hem de pas had overhandigd met het verzoek daarmee te betalen. Om die reden kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c56a3205c365ddbe79f2681a17f7420e3b3c03e2c68be93b52cc9f43fcda8d44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c56a3205c365ddbe79f2681a17f7420e3b3c03e2c68be93b52cc9f43fcda8d44, en de alinea staat in dat document op bytes 18912 tot 20023.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c56a3205c365ddbe79f2681a17f7420e3b3c03e2c68be93b52cc9f43fcda8d44 | shasum -a 256