Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS9291.

18. Het hof heeft, door te overwegen dat van een hulpverleningstraject op vrijwillige basis - dat mede ten doel heeft het beëindigen van recidive - niets is te verwachten, kennelijk als zijn oordeel tot uitdrukking willen brengen dat de opgelegde maatregel noodzakelijk is om het gevaar te keren dat verzoeker in de toekomst wederom overlast zal veroorzaken in vorenomschreven zin, en derhalve dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel aan de onwillige verdachte, thans verzoeker, eist. Dit oordeel is in het licht van de stukken van het geding geenszins onbegrijpelijk en geeft evenmin blijk van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR 17 december 2002, NJ 2003, 184). Ook aan de voorwaarden als genoemd in art. 38m, eerste lid, onder 3 en 4 (oud), Sr is voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac09d41d8da1c243aa18abd9fb754c0336f01db4cdaf1d30a57ea6ab1c3f297a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac09d41d8da1c243aa18abd9fb754c0336f01db4cdaf1d30a57ea6ab1c3f297a, en de alinea staat in dat document op bytes 18663 tot 19470.