Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS9291.

33. De SOV (of de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, ISD) als maatregel waarvan de duur niet evenredig is met de ernst van de feiten vereist mede een legitimatie in een op resocialisatie gericht programma (zie hierover De Hullu, Recidive en straftoemeting, Kluwer 2003). Hoe moeizaam de SOV van start is gegaan blijkt uit een advies van de Raad voor Strafrechtspleging en Jeugdbescherming van 2004, waarin wordt vermeld dat de ervaringen met de maatregel SOV leren dat de uitvoering ervan op belangrijke onderdelen nog tekort schiet. De Raad noemt daarvan de volgende. Gemotiveerde veroordeelden verblijven op één afdeling met hen die niet willen of kunnen meewerken, hetgeen niet bevorderlijk is voor de deelname van de eerstgenoemden. Gemeenten geven veelal nog onvoldoende invulling aan hun verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de extramurale fase en het ontbreekt aan de noodzakelijke structurele nazorg. Voor wat betreft de uitvoering van de extramurale fase signaleert de Raad dat bij de SOV adequate centrale aansturing nog ontbreekt (advies van 26 mei 2004, CR/35/1017848).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac09d41d8da1c243aa18abd9fb754c0336f01db4cdaf1d30a57ea6ab1c3f297a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac09d41d8da1c243aa18abd9fb754c0336f01db4cdaf1d30a57ea6ab1c3f297a, en de alinea staat in dat document op bytes 25793 tot 26916.