Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS9314.

"(...) de verzoeken tot het oproepen als getuigen van () [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6], [betrokkene 7], [betrokkene 8], [betrokkene 9], [betrokkene 10], [betrokkene 11], [betrokkene 12] en [betrokkene 13] vooralsnog worden afgewezen. Het hof overweegt hiertoe als volgt. Gelet op de inhoud van het dossier in de zaak tegen de verdachte zoals die thans aan het hof voorligt, zijn de verzoeken te algemeen gemotiveerd, nu door de raadsman geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd waaruit voortvloeit dat genoemde personen als getuige iets aangaande de tenlastegelegde feiten kunnen verklaren, dan wel dat hun verklaring relevant kan worden geacht voor enige door het hof op grond van de artikelen 348/350 van het Wetboek van Strafvordering te nemen beslissing en het hof van zodanige feiten en omstandigheden ook niet is gebleken. Het voorgaande overwegende, is redelijkerwijs niet aannemelijk dat door het afzien van de oproeping van deze getuigen de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/406d489d872002844af538a3f9750b49ebac3466a2f13d8886bc8bbfa26264e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 406d489d872002844af538a3f9750b49ebac3466a2f13d8886bc8bbfa26264e9, en de alinea staat in dat document op bytes 11145 tot 12175.