Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS9314.

39. Een voorwaarde voor ontvankelijkheid van een vordering van een benadeelde partij in het strafproces is dat zij van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafproces.(9) Complexe, civiele vorderingen die worden betwist en alleen door een grondig onderzoek met behulp van getuigen en deskundigen kunnen worden beoordeeld, kunnen zo uit het strafproces worden geweerd.(10) In dat licht moet ook art. 344, eerste lid, Sv (waarin onder meer wordt bepaald dat de benadeelde partij geen getuigen of deskundigen ter terechtzitting kan aanbrengen) worden bezien. Met deze bepaling wordt beoogd te voorkomen dat het onderzoek naar de gegrondheid van de civiele vordering de strafzaak overschaduwt.(11)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/406d489d872002844af538a3f9750b49ebac3466a2f13d8886bc8bbfa26264e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 406d489d872002844af538a3f9750b49ebac3466a2f13d8886bc8bbfa26264e9, en de alinea staat in dat document op bytes 28046 tot 28782.