Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS9409.

De raadsman heeft ter terechtzitting het verweer gevoerd, primair dat het openbaar ministerie ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging, nu er in hoger beroep sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees verdrag van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Subsidiair dient de overschrijding te leiden tot strafvermindering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb898f56bf35164168b6a902113b2e8246fc400012a755479762f682d77a1f4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb898f56bf35164168b6a902113b2e8246fc400012a755479762f682d77a1f4f, en de alinea staat in dat document op bytes 6225 tot 6699.