Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS9409.
10. Tot cassatie behoeft het verzuim evenwel niet te leiden. In de eerste plaats niet, omdat het primaire verweer, (dat verstaan moet worden als) strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de ontnemingsvordering, door het hof slechts had kunnen worden verworpen op dezelfde gronden als in de hoofdzaak. In de tweede plaats niet, indien tot uitgangspunt wordt genomen dat in een geval als het onderhavige (één verweer in twee samenhangende zaken) met één - aanmerkelijke - compensatie wordt volstaan. Gelet op de zeer forse strafvermindering die het hof in de hoofdzaak als rechtsgevolg aan eenzelfde overschrijding van de redelijke termijn heeft verbonden, had het subsidiaire verweer, (dat verstaan moet worden als) strekkende tot vermindering van de betalingsverplichting, slechts kunnen worden verworpen omdat er in de ontnemingszaak volstaan had moeten worden met de enkele vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden (vgl. HR 5 december 2000, LJN: AA8823, gedeeltelijk afgedrukt in NJ 2001, 100; en, a contrario, HR 23 november 1999, NJ 2000, 91-92).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb898f56bf35164168b6a902113b2e8246fc400012a755479762f682d77a1f4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb898f56bf35164168b6a902113b2e8246fc400012a755479762f682d77a1f4f, en de alinea staat in dat document op bytes 10643 tot 11750.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb898f56bf35164168b6a902113b2e8246fc400012a755479762f682d77a1f4f | shasum -a 256