Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2622.

11. Deze opvatting is onjuist. Door het verzet wordt de met het verstekvonnis geëindigde instantie heropend (zie HR 21 april 1995, NJ 1995, 682), waarna de instantie wordt voortgezet. Daarbij geldt het exploit van verzet als conclusie van antwoord (zie art. 106 lid 2 (oud) Rv, thans art. 147 Rv). Juist is derhalve dat de verdere behandeling door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, van de zaak na het na 1 januari 2002 ingestelde verzet ingevolge art. VII lid 1 van de Wet van 6 december 2001 plaatsvindt volgens het vóór die datum geldende recht. De vraag of tegen het na 1 januari 2002 in de verzetprocedure gewezen tussenvonnis hoger beroep openstaat, dient echter ingevolge art. VII lid 2 van de Wet van 6 december 2001 beantwoord te worden met toepassing van de sinds die datum geldende art. 337 lid 2 Rv. 's Hofs oordeel dat deze bepaling van toepassing is op de vraag of tegen het tussenvonnis van 17 juli 2003 hoger beroep openstond, is derhalve juist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3ef8abe853cc96d032757c346de44a682395cb8bfdfaa318872debb25f0e5ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3ef8abe853cc96d032757c346de44a682395cb8bfdfaa318872debb25f0e5ac, en de alinea staat in dat document op bytes 9208 tot 10189.