Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2729.
8. Met de nieuwe tekst van het vierde lid van art. 36e Sr heeft de wetgever de rechtspraak van de Hoge Raad over het gebruik van de matigingsbevoegdheid bij problemen rond de draagkracht van de veroordeelde grotendeels in de wet opgenomen. In die rechtspraak heeft de Hoge Raad bepaald dat in het geval dat de veroordeelde geen draagkracht heeft en naar redelijke verwachting ook in de toekomst niet zal hebben, de rechter van zijn bevoegdheid ingevolge art. 36e, vierde lid, Sr gebruik dient te maken, zie HR 16 april 1996, NJ 1998, 631, ro. 7.6.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cd63bf7d3868eb4b65cb430ee3664f8fcd73132f0a9f3313d187956e404c2ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cd63bf7d3868eb4b65cb430ee3664f8fcd73132f0a9f3313d187956e404c2ee, en de alinea staat in dat document op bytes 12847 tot 13408.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8cd63bf7d3868eb4b65cb430ee3664f8fcd73132f0a9f3313d187956e404c2ee | shasum -a 256