Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2729.

"Naar mijn opvatting komt voor de executie aan de financiële positie van de veroordeelde eveneens aanzienlijk gewicht toe. Voorgesteld wordt, in het licht van het voorgaande, om enerzijds artikel 577b, vierde lid, Sv te laten vervallen en om anderzijds artikel 36e, vierde lid, Sr aan te vullen. Daardoor is de bevoegdheid tot matiging in de executiefase niet langer beperkt tot de omstandigheden die zich na de uitspraak hebben voorgedaan, of die ten tijde daarvan niet, of niet volledig, aan de rechter bekend waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cd63bf7d3868eb4b65cb430ee3664f8fcd73132f0a9f3313d187956e404c2ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cd63bf7d3868eb4b65cb430ee3664f8fcd73132f0a9f3313d187956e404c2ee, en de alinea staat in dat document op bytes 13864 tot 14396.