Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2729.

10. De vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel is op 20 november 2001 door de Officier van Justitie uitgebracht. Het bovengenoemde wetsvoorstel is op 1 september 2003 in werking getreden en de zaak is in hoger beroep behandeld op 28 april 2004, waarna op 19 mei van dat jaar het Hof arrest heeft gewezen.(2) Een overgangsbepaling met betrekking tot art. 36e, vierde lid, Sr is in de wet niet opgenomen. De vraag is of hier de oude of de nieuwe regeling geldt. Mijns inziens moet die vraag worden beantwoord door de regeling in hoeverre het ontbreken van draagkracht bij de veroordeelde tot matiging of kwijtschelding van het te betalen bedrag in zijn geheel te bezien. Mij lijkt de nieuwe wet gunstiger omdat deze onbeperkte mogelijkheden biedt ook in de executiefase het te betalen bedrag te matigen of op nihil vast te stellen omdat draagkracht ontbreekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cd63bf7d3868eb4b65cb430ee3664f8fcd73132f0a9f3313d187956e404c2ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cd63bf7d3868eb4b65cb430ee3664f8fcd73132f0a9f3313d187956e404c2ee, en de alinea staat in dat document op bytes 15035 tot 15933.