Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005
Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2829.
3.43 Mij lijkt daarmee sprake van voldoende gegronde redenen voor de ontbinding en ik acht de beslissing van de Ondernemingskamer niet onbegrijpelijk en - in het licht van de Zwagerman II-beschikking - ook niet onvoldoende gemotiveerd. Immers, in redelijkheid valt niet in te zien hoe de samenwerking tussen [verweerder] (c.s.) en [aandeelhouder] (c.s.) zou kunnen worden voortgezet indien de niet tot ontbinding zou zijn besloten. Nu beide vennootschappen naar het voorkomt holdingvennootschappen zijn valt ook niet in te zien waarom de Ondernemingskamer gehouden zou zijn tot nader onderzoek of waarom zij anderszins tekort zou zijn geschoten in de belangenafweging tot welke art. 2:357 lid 6 BW verplicht. De aangevoerde klachten falen derhalve. Hierbij valt ook nog te wijzen op de feitelijke vaststelling van de Ondernemingskamer dat partijen in 1991 al tevergeefs hebben onderhandeld om te geraken tot een scheiding en deling van de gemeenschappelijke belangen (zie onderdeel 1.14 van deze conclusie).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/717d616ef9672187e91a785c741b637165cf6188e8ff528a3ee5a0f9a3a4e271. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 717d616ef9672187e91a785c741b637165cf6188e8ff528a3ee5a0f9a3a4e271, en de alinea staat in dat document op bytes 59733 tot 60753.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/717d616ef9672187e91a785c741b637165cf6188e8ff528a3ee5a0f9a3a4e271 | shasum -a 256