Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005

Alinea 133 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2829.

8 Art. 2:351 lid 2 BW voorziet in de mogelijkheid dat de Ondernemingskamer de door haar benoemde perso(o)n(en) - na verzoek daartoe - machtigt tot "het raadplegen van de boeken en bescheiden en andere gegevensdragers en het zich doen tonen van de bezittingen van een rechtspersoon die nauw verbonden is met de rechtspersoon ten aanzien waarvan het onderzoek plaatsvindt". Door het afgeven van een dergelijke machtiging wordt de nauw verbonden rechtspersoon niet zelf ook onderwerp van enquête. Alleen komt de verplichting tot het verschaffen van inlichtingen ook te rusten op de bestuurders, commissarissen en werknemers van die nauw verbonden rechtspersoon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/717d616ef9672187e91a785c741b637165cf6188e8ff528a3ee5a0f9a3a4e271. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 717d616ef9672187e91a785c741b637165cf6188e8ff528a3ee5a0f9a3a4e271, en de alinea staat in dat document op bytes 65173 tot 65846.