Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2829.
3.21 Voor zover in onderdeel 1.7.3. de klacht kan worden gelezen dat de Ondernemingskamer niet in redelijkheid het onderzoeksrapport heeft kunnen volgen wat betreft de opmerking over het vrijvallen van de schuld van AZC, geldt dat - anders dat het middel betoogt - uit het onderzoeksrapport niet blijkt van feiten die verplichtten tot afboeking van deze vordering en dat de conclusie van de onderzoekers - en zoals overgenomen door de Ondernemingskamer - dat voor het vrijvallen van de schuld door AZC geen rechtsgrond aanwezig lijkt niet onbegrijpelijk is. Ik wijs er bovendien nog op dat de Ondernemingskamer releveert dat de afboeking tot een (algebraïsche) toename van het vermogen als gevolg van een bijzondere bate leidde (zie onderdeel 1.24 van deze conclusie). Kennelijk wil de Ondernemingskamer hiermee tot uitdrukking brengen dat in schijn een verbetering van het balansbeeld van AZC tot stand is gebracht. Dit is in overeenstemming met een vaststelling van de deskundigen. Zij merken op: "De vermogenspositie van AZC is daardoor te gunstig voorgesteld".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/717d616ef9672187e91a785c741b637165cf6188e8ff528a3ee5a0f9a3a4e271. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 717d616ef9672187e91a785c741b637165cf6188e8ff528a3ee5a0f9a3a4e271, en de alinea staat in dat document op bytes 39017 tot 40096.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/717d616ef9672187e91a785c741b637165cf6188e8ff528a3ee5a0f9a3a4e271 | shasum -a 256