Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2884.

3.17 Blijkens haar schriftelijke toelichting in cassatie betoogt Elsevier nog dat de wetgever - kort gezegd - met de invoering in 1987 van de invorderingsrenteregeling niet kán hebben bedoeld (ook) compensatoire interessen voortvloeiend uit onrechtmatige daad te hebben bestreken omdat de fiscus en de wetgever ten tijde van de indiening van het wetsvoorstel er nog blijk van gaven juist te betwijfelen of vernietiging van een aanslag wel (steeds) civielrechtelijk een onrechtmatigheid zou impliceren. Ik meen dat dit betoog geen hout snijdt. Het kan immers heel wel de stilzwijgende vooronderstelling van de wetgever geweest zijn zich met de invoering van de invorderingsrenteregeling juist niet meer om deze vraag te hoeven bekreunen, mede gegeven de omstandigheden dat bij de voorgenomen invoering van het nieuwe BW het moeizame volgtijdige onderscheid tussen compensatoire en wettelijke interest ter zake van geldsommen zou verdwijnen en dat de invorderingsrente gelijk gesteld werd aan de wettelijke interest. Uit de omstandigheid dat de wetgever niets zei, kan mijns inziens in casu niet meer afgeleid worden dan dat hij niets zei.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/830c48dae13e8fcb5c147e5e29d698c77d8df2aae567490afa7eef64fab246b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 830c48dae13e8fcb5c147e5e29d698c77d8df2aae567490afa7eef64fab246b5, en de alinea staat in dat document op bytes 49728 tot 50879.