Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2980.
7. De situatie tot 1996 had iets spookachtigs. Er werden verkorte, zogenaamde kop-staart vonnissen en arresten gewezen, maar als daarover in cassatie werd geklaagd, ving de klager bot omdat de Hoge Raad alleen acht sloeg op het aan de Hoge Raad toegezonden arrest. Onvolkomenheden van dergelijke "kop-staart"-vonnissen en arresten konden niet tot cassatie leiden, aangezien slechts afschriften van vonnissen of arresten welke deel uitmaakten van de in het derde lid van art. 433 Sv bedoelde stukken van het geding in aanmerking kwamen voor de in art. 441 Sv bedoelde toetsing door de Hoge Raad, aldus bijvoorbeeld HR 28 juni 1983, NJ 1984, 98 en HR 15 oktober 1985, NJ 1986, 314. Hoe begrijpelijk deze praktijk en de deze praktijk sauverende rechtspraak van de Hoge Raad ook was, het grote bezwaar was dat daardoor iedere controle op de verkorte uitspraak ontbrak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca, en de alinea staat in dat document op bytes 7922 tot 8799.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca | shasum -a 256