Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2980.

8. Zo kende men "kop-staart"-vonnissen en -arresten die volledig voldeden aan de omschrijving van het verkorte vonnis in artikel 128b Sv, maar ook uittreksels van het vonnis/arrest als waarvan in deze zaak sprake is, waarbij bewezenverklaring, bewijsmotivering, strafmotivering en eventuele andere beslissingen/overwegingen pas werden uitgeschreven nadat een rechtsmiddel was ingesteld. Ook fouten in het "kop-staart"-vonnis/arrest werden soms in de definitieve versie verbeterd en klachten daarover, zoals in HR 26 juni 1984, NJ 1985, 136 mnt. ThWvV de klacht dat het arrest dat door de raadsman op 30 sept. 1983 ingevolge art. 365 lid 3 Sv was ingezien met betrekking tot de straf en de motivering daarvan anders luidde dan het op 10 jan. 1984 door de griffier van de Hoge Raad aan hem in fotokopie toegezonden arrest, konden niet tot cassatie leiden. Zie verder de studie van P.A.M. Mevis, Ingekort en weggelaten, Arnhem 1992, waarin de praktijk van de "kop-staart"- vonnissen uitgebreid wordt beschreven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca, en de alinea staat in dat document op bytes 8819 tot 9840.