Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2980.

12. De eerste vraag die moet worden beantwoord is of het middel feitelijke grondslag heeft. Daartoe heb ik de voorzitter van de betreffende kamer verzocht mij daarover te informeren. Uit zijn antwoord blijkt dat in verband met een toename van het aantal strafzaken en de noodzaak deze binnen een redelijke termijn af te doen, het Hof heeft gekozen voor het vastleggen van sommige beslissingen in een korte aantekening. In een aantal zaken dat betrekkelijk eenvoudig van aard is, waarin geen verweren zijn gevoerd en waarin naar verwachting geen cassatieberoep zal worden ingesteld, wordt geen verkort arrest vervaardigd. Het Hof volstaat in een dergelijk geval met een uittreksel dat de belangrijkste onderdelen van de beslissing bevat, vergelijkbaar met de aantekening mondeling arrest die is voorgeschreven voor de enkelvoudige kamer. Volgt er toch beroep in cassatie, dan wordt naast de korte aantekening een volledig uitgewerkt arrest gemaakt(1). In casu heeft het Hof deze gang van zaken gevolgd en is geen verkort arrest vervaardigd maar heeft het Hof (aanvankelijk) volstaan met een uittreksel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca, en de alinea staat in dat document op bytes 12099 tot 13213.