Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2980.
13. Het lijkt mij, hoewel ik alle begrip heb voor het tijdsgebrek bij de rechtbanken en hoven, duidelijk dat deze werkwijze niet aanvaardbaar is. De wet is nog geen tien jaren geleden gewijzigd om tegemoet te komen aan de bezwaren van de oude regeling ten aanzien van het schriftelijk vonnis. Daarbij heeft de wetgever een oordeel uitgesproken over de eisen waaraan een niet mondeling vonnis in ieder geval moet voldoen en dat zijn de eisen die gelden voor het verkorte vonnis. Het lijkt mij dat de wetgever terecht deze eisen heeft gesteld en dat het in meer of mindere mate laten vallen van die eisen ongewenst is, maar als op grond van praktische problemen moet worden overwogen om de motiveringseisen in bepaalde gevallen nog verder te beperken, zal de wetgever daarover moeten beslissen. De rechter kan de wettelijke regeling van het schriftelijk vonnis niet terzijde stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca, en de alinea staat in dat document op bytes 13233 tot 14127.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca | shasum -a 256