Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2980.
14. Op grond van het voorafgaande kom ik tot de conclusie dat vaststaat dat er ten tijde van de uitspraak geen aan de wettelijke eisen beantwoordend al dan niet verkort arrest was en dat om die reden de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven. De omstandigheid dat geruime tijd later alsnog een dergelijk arrest is vervaardigd en vervolgens naar de Hoge Raad is gezonden, maakt dat niet anders. Uit de artikelen 345 tot en met 366a Sv, in het bijzonder de hierboven genoemde artikelen, volgt zonneklaar dat het aan de wettelijke eisen beantwoordende vonnis/arrest er moet zijn op het moment van de uitspraak, met de mogelijkheid tot de ondertekening daarin nog het een en ander aan te passen. Als de Hoge Raad op dit punt zijn rechtspraak ten aanzien van de oude "kop-staart"- vonnissen zou handhaven en alleen acht zou slaan op het arrest zoals dat wordt opgezonden, zou dat betekenen dat de gehele regeling van het verkorte vonnis op de tocht zou komen te staan. Dat acht ik onaanvaardbaar en ook onverenigbaar met de strikte wijze waarop de Hoge Raad tot nu toe de hand heeft gehouden aan de regeling van het verkorte vonnis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca, en de alinea staat in dat document op bytes 14147 tot 15295.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/69918e26653996c97986c874d15e9dbc58bbb4456ee453cb99f37b554cfeaaca | shasum -a 256