Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT3091.
6) Volgens mij kon het hof in deze twee uitlatingen - en andere uitlatingen die voor de ontvankelijkheid van het appel enige betekenis kunnen hebben heb ik, als gezegd, niet aangetroffen - geen betoog onderkennen dat ertoe zou strekken dat [eiseres] van het op 6 augustus gewezen vonnis niet (tijdig) wist of behoorde te weten (en al helemaal niet, dat [eiseres] zich erop wenste te beroepen dat een overschrijding van de appeltermijn verschoonbaar zou zijn omdat aan haar, [eiseres], niet zou mogen worden toegerekend dat zij niet tijdig van het vonnis van 6 augustus op de hoogte zou zijn geweest). In elk geval geldt, dat het hof de Memorie van Grieven zeer wel zo kón lezen, dat daarin geen beroep op de zojuist omschreven gegevens werd gedaan(8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f53cdc13d8357b79406837d5671bfc8776c8e2b57484e9d81cefdcacad8780b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f53cdc13d8357b79406837d5671bfc8776c8e2b57484e9d81cefdcacad8780b3, en de alinea staat in dat document op bytes 8216 tot 8981.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f53cdc13d8357b79406837d5671bfc8776c8e2b57484e9d81cefdcacad8780b3 | shasum -a 256