Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT3091.

12) Mocht hier gedacht zijn aan de mogelijkheid dat het niet-betekenen zou kunnen worden opgevat als een aan [verweerster] toe te rekenen omstandigheid, waardoor het feit dat [eiseres] niet tijdig van het vonnis op de hoogte was per saldo aan [verweerster] zou mogen worden toegerekend, dan lijkt mij die gedachte in twee opzichten onaannemelijk: in materieel opzicht, omdat een procespartij nu eenmaal niet verplicht is haar wederpartij over een vonnis in te lichten(13), en het nalaten daarvan het risico van onwetendheid daaromtrent dus niet laat "overspringen" van de onwetende partij naar haar wederpartij; en in formeel opzicht, omdat het middel dit argument niet aanvoert, en de Hoge Raad ingevolge art. 419 lid 1 Rv. slechts de in cassatiemiddelen naar voren gebrachte argumenten onderzoekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f53cdc13d8357b79406837d5671bfc8776c8e2b57484e9d81cefdcacad8780b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f53cdc13d8357b79406837d5671bfc8776c8e2b57484e9d81cefdcacad8780b3, en de alinea staat in dat document op bytes 19015 tot 19827.