Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT3091.

2 De materiële inzet van het onderhavige conflict speelt daarom in cassatie geen rol. Het ging, meld ik volledigheidshalve, om een geldvordering, gegrond op de stelling dat de verweerster in cassatie, [verweerster], als bestuurder en/of aandeelhouder van een besloten vennootschap Horeca-Exploitatiemaatschappij BMO B.V., aansprakelijk zou zijn voor declaraties wegens door [eiseres] aan die vennootschap verleende diensten. Deze vordering werd (grotendeels) toegewezen bij verstekvonnis van 2 juli 1996. [verweerster] heeft tegen dit verstekvonnis verzet gedaan op 3 mei 2002. [Eiseres] is in de verzetprocedure niet verschenen. De rechtbank heeft de vordering van [eiseres] bij het vonnis op verzet van 6 augustus 2002, alsnog afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f53cdc13d8357b79406837d5671bfc8776c8e2b57484e9d81cefdcacad8780b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f53cdc13d8357b79406837d5671bfc8776c8e2b57484e9d81cefdcacad8780b3, en de alinea staat in dat document op bytes 21231 tot 21984.