Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT3091.

12 Systemen van procesrecht waarin het beroep op verschoonbare termijnoverschrijding als uitgangspunt wordt aanvaard, plegen de grens dan ook daar te trekken, waar van de partij of haar vertegenwoordigers niet méér zorg viel te vergen - en dus verschoonbaarheid alleen te aanvaarden in gevallen waarin het verzuim in redelijkheid niet aan de partij mag worden toegerekend. Zie o.a. art. 23 lid 1 Rijksoctrooiwet (1995) en art. 122 van het Europees Octrooi Verdrag. Beide regelingen zijn ogenschijnlijk geïnspireerd op het Duits - Oostenrijkse procesrechtelijke instituut van de "Wiedereinsetzung in den vorigen Stand", waarin een inhoudelijk (zeer) vergelijkbare toerekeningsnorm wordt gehanteerd; zie daarover Baumbach c.s., Zivilprozessordnung, 2005, § 233, randnrs. 11 - 15; Stein-Jonas, Kommentar zur Zivilprozessordnung, 1994, § 233, randnrs. 37 - 50.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f53cdc13d8357b79406837d5671bfc8776c8e2b57484e9d81cefdcacad8780b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f53cdc13d8357b79406837d5671bfc8776c8e2b57484e9d81cefdcacad8780b3, en de alinea staat in dat document op bytes 25319 tot 26194.