Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT3091.
Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor de Nederlandse regel van art. 6:11 Awb; zie daarover bijv. alinea 8 van de conclusie van A - G De Vries Lentsch-Kostense voor HR 4 februari 2000, NJ 2000, 193; HR 27 mei 1994, NJ 1994, 609 m.nt. MS, rov. 3.2. Oudere rechtspraak kwam al tot dezelfde uitkomsten, zie bijvoorbeeld CRvB 29 december 1989, RSV 1990, 280; ABRvS 3 september 1984, AB 1985, 67 m.nt. JRSt. Zie ook Bestuursprocesrecht (losbl.), deel B1, par. 4.9.1.2 (b).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f53cdc13d8357b79406837d5671bfc8776c8e2b57484e9d81cefdcacad8780b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f53cdc13d8357b79406837d5671bfc8776c8e2b57484e9d81cefdcacad8780b3, en de alinea staat in dat document op bytes 26202 tot 26684.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f53cdc13d8357b79406837d5671bfc8776c8e2b57484e9d81cefdcacad8780b3 | shasum -a 256