Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT3659.
8. Het middel doet een beroep op HR 12 oktober 1993, NJ 1994, 144. In die zaak was aan de verdachte tenlastegelegd dat hij ene Visser (telefonisch) had bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, waarbij hij opzettelijk dreigend tegen genoemde Visser gezegd had dat als deze niet zou betalen hij hem nog wel tegen zou komen en dat het nog wel erger met hem af zou lopen, althans woorden van gelijke aard of strekking. De Hoge Raad oordeelde (ambtshalve) dat, nu hetgeen de verdachte werd verweten tegen Visser te hebben gezegd niet zonder meer geacht kan worden een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven of met zware mishandeling op te leveren, de dagvaarding niet voldeed aan de door art. 261, eerste lid, Sv gestelde eis dat zij een begrijpelijke opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd bevat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/901a05ab48a2239f2cc56c31025f79bc4bd035af32adad9d13bdf4380b76e44b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 901a05ab48a2239f2cc56c31025f79bc4bd035af32adad9d13bdf4380b76e44b, en de alinea staat in dat document op bytes 8065 tot 8927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/901a05ab48a2239f2cc56c31025f79bc4bd035af32adad9d13bdf4380b76e44b | shasum -a 256