Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT3659.

9. In zijn conclusie voor evenvermeld arrest zette Advocaat-Generaal Leijten de voorgeschiedenis van de zaak uiteen, omdat volgens hem uit die voorgeschiedenis zou kunnen blijken wat met "nog erger" bedoeld zou kunnen zijn. Het betrof een ruzie in een snackbar waarbij Visser tengevolge van op hem door verscheidene personen uitgeoefend geweld volgens de constatering van een arts had opgelopen: kneuzing linker oog en linker gelaatshelft; kneuzingen van de hals aan beide kanten; kneuzing van de linker ribben; verwijdering groot deel onder- en bovengebit (door breuk). Bij de ruzie waarbij hij deze kwetsuren opliep had Visser om te voorkomen dat hij door die anderen naar buiten werd getrokken zich aan de glasplaat vastgegrepen als gevolg waarvan die glasplaat op de grond was gevallen en gebroken. Volgens Leijten was duidelijk dat de verdachte die eerst aan de telefoon Visser toevoegde dat hij de kapotte glasplaat moest vergoeden om vervolgens, zo hij dat niet zou doen, hem dreigend voor te houden dat, als hij dat niet deed, "het nog wel erger met hem zou aflopen", daarbij doelde op de medische afloop voor Visser van de ruzie in de snackbar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/901a05ab48a2239f2cc56c31025f79bc4bd035af32adad9d13bdf4380b76e44b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 901a05ab48a2239f2cc56c31025f79bc4bd035af32adad9d13bdf4380b76e44b, en de alinea staat in dat document op bytes 8947 tot 10113.