Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT3659.
13. In de lijn van laatstgenoemd arrest lijkt te passen de in NLR, t.a.p., gemaakte opmerking dat wanneer het geuite voornemen vaag en onduidelijk of voor velerlei uitleg vatbaar is en geen aanknopingspunt biedt voor een der in art. 285 Sr genoemde misdrijven, niet zonder meer is voldaan aan de vereisten van art. 285 Sr. In dit verband wijst NLR op het hiervoor genoemde HR NJ 1994, 144.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/901a05ab48a2239f2cc56c31025f79bc4bd035af32adad9d13bdf4380b76e44b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 901a05ab48a2239f2cc56c31025f79bc4bd035af32adad9d13bdf4380b76e44b, en de alinea staat in dat document op bytes 12511 tot 12913.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/901a05ab48a2239f2cc56c31025f79bc4bd035af32adad9d13bdf4380b76e44b | shasum -a 256