Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT3659.

15. Dit laatste is in de onderhavige zaak zonder meer het geval, gelet op de inhoud van het zich bij de stukken bevindende (en voor het bewijs gebezigde) proces-verbaal van aangifte. Het impliciete oordeel van het hof dat de dagvaarding geldig is, geeft derhalve geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Daarbij kan in aanmerking worden genomen dat door of namens verzoeker op dit punt geen verweer is gevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/901a05ab48a2239f2cc56c31025f79bc4bd035af32adad9d13bdf4380b76e44b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 901a05ab48a2239f2cc56c31025f79bc4bd035af32adad9d13bdf4380b76e44b, en de alinea staat in dat document op bytes 13599 tot 14064.