Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2005

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4039.

9. Het middel komt - terecht - niet op tegen 's hofs vooropstelling dat het bij de beoordeling van de toewijsbaarheid van de gevorderde voorlopige voorziening in beginsel zijn arrest dient af te stemmen op het oordeel van de bodemrechter zonder daarbij de kans van slagen van een mogelijk tegen het vonnis van de bodemrechter in te stellen rechtsmiddel te betrekken, zij het dat een uitzondering op dit beginsel mogelijk is ingeval het vonnis van de bodemrechter klaarblijkelijk op een misslag berust - een geval dat zich hier niet voordoet - én - zo voeg ik hieraan toe - de zaak dermate spoedeisend is dat de beslissing op een tegen dat vonnis aangewend rechtsmiddel niet kan worden afgewacht. Zie over het primaat van de bodemrechter en de gehoudenheid van de rechter in kort geding tot afstemming op het oordeel van de bodemrechter uw arrest van 19 mei 2000, NJ 2001, 407, m.nt. HJS en met conclusie van mijn voormalige ambtgenoot Bakels met verdere verwijzingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a810e7e58f20eefabc18a66228931624cf7c03efff08c8b5b7448ffd0fc08301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a810e7e58f20eefabc18a66228931624cf7c03efff08c8b5b7448ffd0fc08301, en de alinea staat in dat document op bytes 15553 tot 16534.