Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2005
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4039.
11. Met deze klachten refereert het middel aan de regel die voortvloeit uit de eisen van een goede procesorde, waaronder in het bijzonder het beginsel van hoor en wederhoor, en uit art. 6 EVRM en die inhoudt dat de rechter in een civiele procedure in beginsel slechts behoort te beslissen aan de hand van stukken tot kennisneming waarvan en uitlating waarover aan partijen voldoende gelegenheid is gegeven. Zie over dit beginsel: HR 31 januari 1975, NJ 1976, 146; HR 27 maart 1987, NJ 1988, 130, m.nt. WHH; HR 3 juni 1988, NJ 1989, 5, m.nt. JBMV; HR 12 mei 1989, NJ 1989, 647; HR 29 juni 1990, NJ 1990, 732; HR 12 maart 1999, NJ 1999, 400 en HR 29 november 2002, NJ 2004, 172, m.nt. HJS. Zie ook 18 juni 1993, NJ 1994, 449, m.nt. HJS.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a810e7e58f20eefabc18a66228931624cf7c03efff08c8b5b7448ffd0fc08301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a810e7e58f20eefabc18a66228931624cf7c03efff08c8b5b7448ffd0fc08301, en de alinea staat in dat document op bytes 17581 tot 18328.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a810e7e58f20eefabc18a66228931624cf7c03efff08c8b5b7448ffd0fc08301 | shasum -a 256