Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2005
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4039.
Op het voorgaande stuit ook af de aan het slot van middelonderdeel 2 geformuleerde klacht dat [eiseres] aldus niet in de gelegenheid is geweest zich uit te laten over de consequenties van het vonnis van de bodemrechter voor de eis van NOB tot ongedaanmaking, nog daargelaten dat deze klacht in zoverre feitelijke grondslag mist dat [eiseres] de gelegenheid heeft gekregen en ook heeft benut om zijn bezwaren tegen toewijzing van de vordering tot ongedaanmaking uiteen te zetten in zijn pleitnota en tijdens de terechtzitting en dat het hof deze bezwaren gemotiveerd heeft verworpen. Het middel dat, zoals gezegd, niet bestrijdt dat het hof zich naar het vonnis van de bodemrechter had te richten, geeft ook niet aan wat [eiseres] nog meer te berde had willen brengen dan zij al heeft gedaan ingeval zij zich nog wél had kunnen uitlaten over het vonnis van de bodemrechter dat overigens - anders dan het middel lijkt te willen suggereren - niet op een lijn kan worden gesteld met een of ander van een partij afkomstig stuk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a810e7e58f20eefabc18a66228931624cf7c03efff08c8b5b7448ffd0fc08301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a810e7e58f20eefabc18a66228931624cf7c03efff08c8b5b7448ffd0fc08301, en de alinea staat in dat document op bytes 22787 tot 23823.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a810e7e58f20eefabc18a66228931624cf7c03efff08c8b5b7448ffd0fc08301 | shasum -a 256