Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2005
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4071.
"4.7.1 (...) Indien [eiser] zich thans op het standpunt stelt dat zijn raadsman in die procedure erkenningen heeft gedaan zonder volmacht, welke hij wil ontkennen, dan dient daarvoor de procedure gevolgd te worden als bedoeld in art. 263 Rv (oud) en wel in het geding waarin de te ontkennen handelingen zijn verricht. Bij gebreke daarvan zal het hof uitgaan van de juistheid van hetgeen onder 4.4.1 [bedoeld zal zijn 4.5] als citaat uit genoemde conclusie van antwoord is vermeld. Dat betekent dat het hof als vaststaand aanneemt dat het verstekvonnis [eiser] kort voordat de conclusie werd geschreven, ter ore is gekomen en dat hem ten tijde van het schrijven van genoemde conclusie bekend was dat het aldaar bedoelde aandeelhoudersbesluit bij het verstekvonnis door de rechtbank nietig is verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/596eca4b9678c7dfbb114bb02a308421cf5ecf7df8b4f21e5d8b88c2e9e563aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 596eca4b9678c7dfbb114bb02a308421cf5ecf7df8b4f21e5d8b88c2e9e563aa, en de alinea staat in dat document op bytes 14525 tot 15340.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/596eca4b9678c7dfbb114bb02a308421cf5ecf7df8b4f21e5d8b88c2e9e563aa | shasum -a 256