Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2005
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4071.
2.15 De onderdelen 1 en 3 richten zich tegen de rechtsoverwegingen 4.7.1, 4.8, 4.9 en 4.11 van het arrest van het hof en betogen dat het hof van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan, althans zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd, nu het hof heeft miskend dat in het onderhavige geval geen sprake is van een daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het verstekvonnis de veroordeelde bekend is als bedoeld in art. 81 Rv. oud. Volgens de onderdelen is vereist dat de veroordeelde door een daad naar buiten toe blijk geeft van zijn bekendheid met het vonnis, wat in het onderhavige geval pas met de indiening van de conclusie van antwoord op 15 mei 2001 is gebeurd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/596eca4b9678c7dfbb114bb02a308421cf5ecf7df8b4f21e5d8b88c2e9e563aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 596eca4b9678c7dfbb114bb02a308421cf5ecf7df8b4f21e5d8b88c2e9e563aa, en de alinea staat in dat document op bytes 24087 tot 24773.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/596eca4b9678c7dfbb114bb02a308421cf5ecf7df8b4f21e5d8b88c2e9e563aa | shasum -a 256