Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4537.

3.23 In onderdeel 2b wordt subsidiair geklaagd over een verboden verrassingsbeslissing. De man stelt dat hij er geen rekening mee behoefde te houden dat het hof na de overwegingen in het tussenarrest in het eindarrest opeens zou oordelen dat de niet als winst gerealiseerde waardestijging van de onroerend goed-portefeuille tussen partijen verrekend dient te worden. De man klaagt dat hij niet in de gelegenheid is gesteld om zich uit te laten over de term winst uit onderneming in de huwelijkse voorwaarden, zoals het hof die heeft uitgelegd, en over de daaruit voortvloeiende implicaties en dat hij niet een toelichting heeft kunnen geven op zijn rekening-courantvordering op de BV en op de verschuldigde belastingen bij onttrekking aan de BV van het te verrekenen bedrag. Met deze verrassingsbeslissing heeft het hof in strijd gehandeld met het essentiële beginsel van hoor en wederhoor, aldus het middelonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16, en de alinea staat in dat document op bytes 42070 tot 43002.