Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005
Alinea 156 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4537.
"12.19. In art. 2 lid 1 aanhef en sub a van de huwelijkse voorwaarden wordt verwezen naar "winst uit onderneming". Zoals aangegeven (zie tussenarrest van 27 augustus 2001, rov. 6 voorlaatste volzin) is artikel 2 lid 1 sub a geïnspireerd door art. 4 lid 1 sub a van de Wet IB 1964. Met "winst uit onderneming" in die Wet wordt echter niet gedoeld op een situatie, dat een niet geliquideerde of niet verkochte B.V. in waarde stijgt, zodat de aandeelhouder zijn vermogen ziet groeien, uitzonderingen daargelaten. Het is in dat geval immers niet de aandeelhouder, maar de B.V. die een onderneming "heeft". Mitsdien volgt uit art. 2 lid 1 aanhef en sub a van de huwelijkse voorwaarden niet dat de waardestijging van de B.V.'s als voor verdeling in aanmerking komende inkomsten moet worden beschouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16, en de alinea staat in dat document op bytes 60388 tot 61197.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16 | shasum -a 256