Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4537.

2.8 In het arrest van 18 april 2003(12) heeft de Hoge Raad wederom vooropgesteld dat ingeval partijen aan een tussen hen bij huwelijkse voorwaarden overeengekomen verrekenbeding als waarvan hier sprake is, in zoverre geen uitvoering hebben gegeven dat zij niet jaarlijks de overgespaarde inkomsten hebben verdeeld, daaraan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, mede in verband met de aard van het verrekenbeding, het gevolg moet worden verbonden dat partijen bij het einde van het huwelijk alsnog tot verrekening overgaan en dat in deze verrekening ook wordt betrokken de vermogensvermeerdering, die is ontstaan door belegging van hetgeen uit de inkomsten van een echtgenoot is bespaard maar ongedeeld is gebleven. Daaraan voegde de Hoge Raad toe dat voor een belegging die is gefinancierd met geleend geld, hetzelfde geldt voor zover de lening is afgelost met bespaarde maar ongedeeld gebleven inkomsten. De vermogensvermeerdering, bestaande in een waardestijging van de aandelen van de man in de BV behoorde dan ook slechts in de verrekening te worden betrokken voor een deel dat overeenkomt met het uit overgespaarde inkomsten afgeloste deel van de lening waarmee de aankoop van de aandelen is gefinancierd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16, en de alinea staat in dat document op bytes 17676 tot 18910.