Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4537.
2.11 De leden 4 en 5 van art. 1:141 BW betrekken de niet uitgekeerde, doch wel uitkeerbare winsten in de verrekening. De bepalingen zijn gebaseerd op art. 1:126 BW oud en verschaffen een voorziening in geval een echtgenoot in overwegende mate bij machte is te bepalen dat de winst van een niet op zijn naam gevoerde onderneming/rechtspersoon of vof (of een eenmanszaak ingevolge het vijfde lid) hem rechtstreeks of onmiddellijk ten goede komt. In dat geval dient voor de uitvoering van een beding dat winsten uit een dergelijke onderneming in de verrekening betrekt, een in het maatschappelijk verkeer als redelijk beschouwde winst te worden bepaald. Voor zover deze winst niet is uitgekeerd, dient deze alsnog in de verrekening te worden betrokken. Voorwaarde voor toepassing van deze bepaling is wel dat de verrekenplicht ook impliciet of expliciet dergelijke ondernemingswinsten omvat. Onder "een in het maatschappelijk verkeer als redelijk beschouwde winst" zal volgens de memorie van toelichting vaak de winst na belastingen worden verstaan. Of het als redelijk kan worden beschouwd om slechts rekening te houden met een winst die het niet financieel onmogelijk maakt de onderneming voort te zetten, zal verder van de omstandigheden van het geval afhangen(19).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16, en de alinea staat in dat document op bytes 20570 tot 21849.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16 | shasum -a 256