Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4537.
3.18 Onderdeel 2a klaagt dat het hof in rechtsoverweging 12.3 van het eindarrest niet mocht terugkomen van de beslissing in rechtsoverweging 9 van het tussenarrest en mocht beslissen dat de waardestijging van de onroerend goed-portefeuille als te verrekenen inkomsten dient te gelden en klaagt voorts dat het oordeel van het hof in rechtsoverweging 12.3 omtrent het inkomensbegrip onbegrijpelijk is. Volgens het onderdeel impliceert het oordeel van het hof in rechtsoverweging 9 dat de waardestijging van de onroerend goed-portefeuille geen (verkapte) zuivere inkomsten is, het oordeel dat deze waardestijging geen winst uit onderneming vormt. Met dat oordeel heeft het hof dan per definitie de vraag onderzocht of terzake sprake is van winst uit onderneming in de zin van de Wet IB 1964. Verder betoogt het onderdeel dat de bestreden overweging niet strookt met de door het hof gegeven uitleg van de begrippen uit de huwelijkse voorwaarden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16, en de alinea staat in dat document op bytes 38884 tot 39839.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/770c76e4ff538b8abc70df1e0a23a7cb5272b59bd5261793fab23e41ebde3a16 | shasum -a 256