Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2005

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4540.

3.7. Onderdeel 3 valt uiteen in twee klachten. In de eerste plaats wordt geklaagd dat de rechtbank ten onrechte in het midden heeft gelaten hoe hoog de kosten van aanpassing precies zijn. Deze klacht is niet terecht: de rechtbank gaat ervan uit dat wanneer de kosten zó hoog zijn als [eiser] had gesteld (f 105.000,-), zij nog steeds kunnen worden weggestreept tegen het rentevoordeel. Dat is niet onbegrijpelijk: de rechtbank heeft het rentevoordeel (gekapitaliseerd) vastgesteld op f 160.000,-. In de cassatierepliek, punt 8, wordt betoogd dat [eiser] niettemin belang behoudt bij deze klacht, omdat theoretisch de mogelijkheid bestaat dat de rechtbank, zo zij daaraan zou zijn toegekomen, de schade zou hebben vastgesteld op een hoger bedrag dan f 160.000,-. Die klacht is tardief. Bovendien gaat het argument niet op. In rov. 2.14.7 maakt de rechtbank duidelijk dat, zo zij daaraan zou zijn toegekomen, de schade op een lager bedrag dan f 105.000,- zou zijn vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8150d676c0701eeb36f02daac35fb9f6f2bf43852310cc36d4276b0e483c8cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8150d676c0701eeb36f02daac35fb9f6f2bf43852310cc36d4276b0e483c8cb, en de alinea staat in dat document op bytes 28758 tot 29746.