Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4557.

3.6. De fiscale wetgeving maakt, zoals gezegd, onderscheid tussen winst in algemene zin (zie art. 7 Wet IB 1964, dat alle vormen van winst omvat) en de winst van de onderneming die jaarlijks wordt vastgesteld (art. 9 Wet IB 1964). Is de winst van een besloten vennootschap in een jaar vastgesteld, dan kan deze op de voet van art. 2:216 BW worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Bij de beantwoording van de (in art. 1:141 lid 4 BW bedoelde) vraag of een verrekenbeding ondernemingswinsten omvat, dient dit onderscheid in het oog te worden gehouden. Een directeur-grootaandeelhouder kan (a) inkomsten hebben uit zijn dienstbetrekking bij de besloten vennootschap (loon); (b) inkomsten hebben uit de winstuitkering op de voet van art. 2:216 BW (dividend); (c) een vermogen hebben in de vorm van aandelen in de besloten vennootschap, die incidenteel inkomsten voor hem opleveren op het moment dat de aandeelhouder deze aandelen vervreemdt of anderszins daarover beschikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61, en de alinea staat in dat document op bytes 22501 tot 23485.