Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4557.

3.11. Een niet in art. 1:141 lid 4 BW geregelde, maar daarmee vergelijkbare situatie doet zich voor wanneer de huwelijkse voorwaarden verplichten tot verrekening van inkomsten uit dienstbetrekking en een echtgenoot, door zijn positie in de onderneming waarbij hij in dienst is, in staat is zijn inkomsten uit dienstbetrekking te stellen op een lager bedrag dan in het maatschappelijk verkeer als redelijk wordt beschouwd. Het kunstmatig laag houden van het loon teneinde hierdoor de verplichting tot verrekening te ontgaan kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn jegens de andere, tot verrekening gerechtigde echtgenoot. Een extra aanknopingspunt kan worden gevonden in het begrip 'onevenredig lage vergoeding' in art. 479a Rv(22).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61, en de alinea staat in dat document op bytes 27728 tot 28505.