Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4557.

3.13. Bij de uitleg van huwelijkse voorwaarden speelt het Haviltexcriterium (de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de daarin opgenomen bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten) een belangrijke rol(24). Tjittes heeft in een recent overzichtsartikel dit criterium besproken(25). Aan zijn bijdrage ontleen ik dat het Nederlandse recht uitgaat van de wil/vertrouwensleer (art. 3:33 en 3:35 BW), hetgeen meebrengt dat het bij de uitleg van een contract primair aankomt op het achterhalen van de gemeenschappelijke bedoeling van partijen en subsidiair op een uitleg naar redelijkheid en billijkheid, waarin de gerechtvaardigde verwachtingen van de contractspartijen over en weer centraal staan. De primaire toets is niet gericht op enige intern bij partijen aanwezige wil, maar op de wil van partijen zoals die zich door hun verklaringen en gedragingen heeft geopenbaard. Het bewijs van de gemeenschappelijke bedoeling van partijen mag worden geleverd door (bewijs van) feiten of omstandigheden die zich vóór of ná de totstandkoming van de overeenkomst hebben voorgedaan. De wijze van uitvoering van de overeenkomst kan een indicatie opleveren van de gemeenschappelijke bedoeling van partijen ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst(26). Aan een objectieve uitleg komt de rechter toe wanneer een gemeenschappelijke bedoeling niet is gesteld of bewezen. Tjittes wijst erop dat het in de praktijk geregeld voorkomt dat partijen zich niet hebben bekreund om de tekst van een beding: teksten van standaardcontracten zijn daarvan een voorbeeld. Overigens is Tjittes van mening dat de Haviltexmaatstaf (de `over en weer'-formule) aan vervanging toe is. Hij is voorstander van een norm die inhoudt dat het bij de uitleg van een overeenkomst primair aankomt op het achterhalen van de gemeenschappelijke partijbedoeling en, als dat niet gesteld of bewezen is, dat het aankomt op de betekenis die redelijke personen van gelijke hoedanigheid als partijen in dezelfde omstandigheden daaraan zouden hebben toegekend. In het kader van de subsidiaire toets bepleit hij een verschuiving van subjectieve redelijkheid en billijkheid naar objectieve redelijkheid en billijkheid(27). Deze laatste zienswijze is (nog?) niet in de rechtspraak aanvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61, en de alinea staat in dat document op bytes 29288 tot 31653.