Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4557.
4.5. Onderdeel 3.2, uitgewerkt in subonderdelen 3.2.1 - 3.2.4, klaagt over onbegrijpelijkheid van 's hofs oordeel. Het (in subonderdeel 3.2.1 naar voren gebrachte) argument dat de stellingname van de man "volstrekt ongeloofwaardig" is omdat de man heeft meegewerkt aan het gezamenlijk voorleggen aan een accountant van vragen over de omvang van de in de vennootschap gereserveerde winsten en de uitkeerbaarheid daarvan, is onvoldoende om 's hofs beslissing onbegrijpelijk te doen zijn. De beoordeling of de stellingname van de man in het licht van die omstandigheid geloofwaardig is, is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. Onbegrijpelijk is 's hofs antwoord op die vraag niet. Om gelijke redenen leidt ook subonderdeel 3.2.2, dat verwijst naar stellingen die de man in feitelijke instanties heeft ingenomen, niet tot cassatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61, en de alinea staat in dat document op bytes 35815 tot 36675.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61 | shasum -a 256