Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4557.

4.15. Subonderdeel 3.4.3 verwijt het hof (ten aanzien van stap iii in de redenering) zich te hebben bediend van een cirkelredenering. Deze klacht faalt. De opbouw van 's hofs redenering is hiervoor al uiteengezet. Ik meen verder dat stap (iv) in 's hofs redenering niet een wezenlijke toevoeging is. Weliswaar is mogelijk, dat de wijze van uitvoering van een overeenkomst een indicatie achteraf oplevert van een gemeenschappelijke bedoeling van de contractsluitende partijen, maar de hoogte van het salaris zegt op zichzelf niets over de vraag of de man, naast zijn salaris en dividenduitkeringen, ook andere onverteerde inkomstenbestanddelen met de vrouw behoorde te verrekenen. Stap (iv) is dan ook te beschouwen als een argument ten overvloede. De vrouw mist daarom belang bij deze klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61, en de alinea staat in dat document op bytes 45167 tot 45973.